WANNEER IS EEN BEDING ONREDELIJK BEZWAREND?

Benadelend voor de tegenpartij

Een beding is onredelijk bezwarend wanneer het onredelijk benadelend is voor de tegenpartij. De tegenpartij hoeft daarbij niet eens financieel nadeel te hebben geleden.

Het gevolg is dat de rechter het beding zal vernietigen.

Of een benadeling al dan niet redelijk is, is een feitenkwestie waarover de rechter moet oordelen en is dan ook altijd maatwerk. Om ondernemers tegemoet te komen en enige zekerheid te geven, is er wel een zogenoemde zwarte en grijze lijst.


Zwarte lijst met verboden bedingen

Een aantal bedingen zijn altijd onredelijk bezwarend. Hier bestaat er geen twijfel over en je kan het tegenbewijs niet leveren. Deze bedingen zijn opgenomen in de zogenoemde zwarte lijst van artikel 6:236 Burgerlijk Wetboek.

In de lijst van artikel 6:236 Burgerlijk Wetboek staat bijvoorbeeld het beding waarmee je de klant zijn wettelijk opschortingsrecht uitsluit of het beding waarbij je de wettelijke verjaringstermijn verkort tot minder dan één jaar. Onthoud wel dat het gaat om een niet-limitatieve lijst en dat ook andere bedingen onredelijk bezwarend kunnen zijn. Het is dus niet omdat je de wettelijke verjaringstermijn tot één jaar verkort, dat het beding automatisch geldig is.

Grijze lijst met verdachte bedingen

Op de grijze lijst van artikel 6:237 BW staan bedingen die niet automatisch onredelijk bezwarend zijn, maar waarvan men het wel vermoedt. Dit wil zeggen dat jij moet bewijzen dat ze niet onredelijk bezwarend zijn, wat in de praktijk een verschuiving van de bewijslast is.

Het is een heel uitgebreide lijst met een aantal specifieke bedingen.

Een voorbeeld hiervan is het beding waarbij de klant gebonden is aan een opzegtermijn die langer is dan drie maanden, het beding waarbij je sneller op overmacht kan beroepen of het zogenaamde exoneratiebeding.

Als je kan aantonen dat zo’n beding toch redelijk is, is het niet onredelijk bezwarend. Ook hier gaat het niet om een limitatieve lijst.


Beoordeling van het beding

Om na te gaan of een beding al dan niet onredelijk bezwarend is, gebruikt de rechter over het algemeen drie methoden. Vaak gebruikt hij die naast elkaar.

In de eerste plaats vergelijkt de rechter de situatie met de wettelijke situatie als er geen beding zou zijn. De rechter stelt zich de vraag of de consument zich in een onredelijk minder gunstige positie bevindt.

Vervolgens houdt de rechter rekening met de wederzijdse rechten en verplichtingen. Hier onderzoekt de rechter of de verhouding tussen de partijen onredelijk verstoord is. Als je de klant bijvoorbeeld een lange opzegtermijn oplegt en je voor jezelf hetzelfde doet, is het beding al meteen veel minder onredelijk. Echter, de rechter houdt ook rekening met het evenredigheidsbeginsel en gaat na of het niet verder gaat dan het doel dat je wilt bereiken.

Ten slotte kijkt de rechter naar de redelijke verwachtingen die de klant mag hebben, bijvoorbeeld op basis van reclame of wat gebruikelijk is in de sector. De rechter verplaatst zich hierbij in de geest van een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende gemiddelde consument. Dit houdt nauw verband met de problematiek van de zogenaamde verrassing bedingen, waarbij een consument wel op de hoogte is van de voorwaarde maar niet van de onredelijke en onvoorzienbare gevolgen bij de contractsluiting.


Juridisch hulp inroepen is raadzaam

Een ervaren jurist kan je bijstaan met het opstellen, nakijken en controleren van algemene voorwaarden en de voorkomende conflicten (battle of forms) te helpen oplossen.

Neem contact op met de juristen van W817 team voor raad en daad om het veelal ingewikkelde documenten stroom op de juiste wijze te hanteren. Neem dan contact op met een van de ervaren juristen an W817 Juristen voor een advies!